TacroProph

STATUS

Dit onderzoek is nog niet gestart. De studie zal naar verwachting binnenkort starten in het Amsterdam UMC.

CONTACT

Voor alle vragen over de studie en voor aanmeldingen, kunt u contact opnemen met:

Contactpersoon Telefoon Mailadres

Malin Witteman, arts-onderzoeker

088 - 3207054

m.witteman1@amsterdamumc.nl

PATIENTENGROEP

INCLUSIECRITERIA

•Indicatie voor ondergaan ERCP

•Leeftijd >18 jaar

•Getekende informed consent

EXCLUSIECRITERIA

 

  • Laag risico op post-ERCP Pancreatitis

    • Eerdere sphincterotomie of sphincteroplastiek

    • Veranderde anatomie waarbij de sphincter van Oddi niet wordt gepasseerd (bijv. biliodigestieve anastomose )

    • Routine galwegstentwissel

  • Algemeen

    • Chronische pancreatitis volgens de M-ANNHEIM-criteria

    • Acute pancreatitis op moment van ERCP

    • Sepsis of ASA IV

    • Zwangerschap of borstvoeding

  • Contra-indicatie voor tacrolimus of diclofenac (allergie, kalium >5 mmol/L, eGFR <30 ml/min)

  • Huidig gebruik van tacrolimus of ciclosporine

  • Huidig gebruik van medicatie die gecontra-indiceerd is met tacrolimus:

    • Sterke CYP3A4/3A5-remmers (bijv. ketoconazol, voriconazol, posaconazol, itraconazol, claritromycine, josamycine, ritonavir, cobicistat)

    • CYP3A4/3A5-inductoren (bijv. rifampicine, carbamazepine, fenytoïne, sint-janskruid)

 

STUDIE

Doel studie

Met deze studie willen we aantonen dat een eenmalige profylactische intraveneuze dosis tacrolimus (0,025 mg/kg), toegediend voorafgaand aan ERCP, het optreden van post-ERCP pancreatitis (PEP) kan voorkomen bij patiënten met een matig- tot hoog-risico op PEP.

Achtergrond

Post-ERCP pancreatitis is de meest voorkomende en één van de meest gevreesde complicaties na een ERCP, met een incidentie van 9–11% bij matig- tot hoog-risico patiënten, ondanks standaard profylaxe met rectale NSAID's. Klinische observaties bij levertransplantatiepatiënten die tacrolimus gebruikten suggereren een lager risico op post-ERCP pancreatitis. Zo lieten retrospectieve data in een groot cohort van levertransplantatiepatiënten zien dat patiënten met therapeutische tacrolimusspiegels een aanzienlijk lagere PEP-incidentie hadden dan patiënten met subtherapeutische spiegels. Naast deze klinische observaties is er ook een mogelijke mechanistische verklaring. Tacrolimus is een immunosuppressivum dat calcineurine remt, verschillende experimentele diermodellen en celmodellen hebben laten zien dat calcineurine een sleutelenzym is in een vroeg ontstekingsproces in de alvleesklier dat betrokken is bij het ontstaan van PEP. Intraveneuze toediening wordt gekozen omdat orale tacrolimus onderhevig is aan first-pass metabolisme en variabele absorptie, waardoor rond de ERCP geen voorspelbare spiegels worden bereikt.

Methode

In deze multicenter, dubbelblinde, gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde studie worden 520 patiënten in 7 Nederlandse ziekenhuizen (DPSG-netwerk) 1:1 gerandomiseerd naar een eenmalige intraveneuze dosis tacrolimus (0,025 mg/kg, toegediend over 60 minuten) of placebo (NaCl 0,9%), voorafgaand aan ERCP. Beide groepen ontvangen daarnaast standaard profylaxe met rectale diclofenac. Patiënten worden 48 uur na ERCP telefonisch nagebeld door de arts-onderzoeker op het optreden van PEP-symptomen. De studie start in het Amsterdam UMC, waar de eerste 40 patiënten een klein farmacokinetisch cohort vormen om te waarborgen dat de toegediende dosering tijdens de ERCP voldoende tacrolimusspiegels bereikt. Hierna starten de overige centra met inclusie.

Onderzoeksteam

Drs. M.B. Witteman, Amsterdam UMC: coördinerend onderzoeker
Dr. M.C.B. (Thijs) Wielenga, MDL-arts, Amsterdam UMC: hoofdonderzoeker
Prof. dr. C.P. (Cyriel) Ponsioen, MDL-arts, Amsterdam UMC
Prof. dr. R.M. (Ron) Mathot, klinisch farmacoloog, Amsterdam UMC